Direct naar inhoud
6

Investeren in vakmanschap

Jeugdprofessionals zijn het kapitaal van de jeugdhulp. Zij staan, zonder vooroordeel, naast kinderen, jongeren en gezinnen en werken - al naar gelang de behoefte - samen met professionals uit andere sectoren. Zij ervaren nu niet altijd voldoende ondersteuning en/of ruimte om hun werk goed te doen. We willen daarom investeren in vakmanschap van jeugdprofessionals.

‘Samen steeds beter worden’

De meeste jeugdprofessionals zijn trots op hun vak en de bijdrage die zij – ieder vanuit de eigen expertise – kunnen leveren om kinderen en gezinnen te helpen. Ze staan open voor verbinding met anderen en willen elke dag beter worden in hun vak. De huidige verantwoordings- en regeldruk in de jeugdsector werkt belemmerend voor professionals die autonoom willen handelen in het belang van kind en gezin. Samen investeren in kennis, tijd, ruimte en een veilige, lerende omgeving helpt om professionals in hun kracht te zetten. En hen (blijvend) te motiveren voor een baan in de jeugdsector.


Praktijkverhaal

Betere jeugdzorg organiseer je van onderop

‘Hoe zorgen we ervoor dat kinderen helemaal niet in de gesloten jeugdzorg belanden?’

In de JeugdzorgPlus zitten kinderen met zeer complexe problematiek. Om de hulp aan deze jongeren te verbeteren én om te voorkomen dat ze in de gesloten zorg terechtkomen, is een plan gemaakt: ‘De best passende zorg voor kwetsbare jongeren’. Dit plan komt niet uit de koker van beleidsmakers, maar is juist bedacht door mensen uit de praktijk – met input van jongeren zelf.

Als hoogleraar Kinder- en Jeugdpsychiatrie onderzoekt Arne Popma hoe hulp aan jongeren beter kan. Of het nu gaat om residentiële jeugdzorg of gesloten jeugdzorg. Daarom reageerde hij positief toen hij werd gevraagd om mee te werken aan het plan:

“Samen met een groepje mensen uit diverse disciplines – psychiaters, orthopedagogen, psychologen – hebben we een aantal inhoudelijke kernideeën op papier gezet. Denk aan: het gesprek kunnen voeren over suïcidaliteit. Het terugdringen van separeren. Meer werken met het hele gezin in plaats van alleen met de jongere zelf. Kortom: een reeks maatregelen om de gesloten jeugdzorg flink te verbeteren. Juist door deze gezamenlijk vast te stellen en te gaan aanpakken kun je vervolgens van en met elkaar gaan leren en beter worden. Als je een niveau hoger kijkt, dan wil je het liefst dat jongeren helemaal niet in JeugdzorgPlus terechtkomen. Dus ook dat werd een belangrijk thema: hoe zorg je ervoor dat eerder, sneller en beter passende hulp geboden wordt? Zodat een kind helemaal niet in de gesloten jeugdzorg belandt. Dat is een vraagstuk voor de hele keten. Er moet worden nagedacht door alle verschillende disciplines vanuit één visie en één doel. Iedereen moet zichzelf afvragen: wat kan mijn bijdrage hieraan zijn?”

Mét jongeren praten en niet alleen over hen

Carola Bodenstaff, senior beleidsadviseur bij Jeugdzorg Nederland, is blij dat Arne Popma samen met andere experts is aangeschoven:

“De kracht van dit plan is dat het gebaseerd op inhoudelijke expertise vanuit verschillende disciplines. Daar refereert Arne ook naar. En dat niet alleen. We hebben ook jongeren – ervaringsdeskundigen – uitgenodigd om mee te praten. Onze vraag aan hen: stel dat de JeugdzorgPlus eruitziet zoals we in dit plan voorstellen, wat betekent dit dan voor jullie? Groepsgrootte, veiligheid, onnodige overplaatsingen: het is allemaal in dat gesprek voorbijgekomen. Die input hebben we in het plan toegevoegd. En bij de verdere uitwerking van dit plan gaan we jongeren nóg meer betrekken. Zij weten immers als geen ander waar we over praten.”

Ruimte voor de professional
De ideeën zijn er. Nu de uitvoering nog. Dat vraagt veel vakmanschap van professionals, weet Arne Popma:

“In hoofdlijnen kan de hele sector zich in het plan vinden. Dat is mooi. Het werkt immers alleen als iedereen voelt dat dit een gezamenlijk plan is. Maar nu begint het pas. Zo willen we het aantal suïcides en het aantal separaties naar beneden krijgen door professionals in instellingen extra te scholen. Daarnaast zijn nieuw werkwijzen nodig. Professionals moeten echt de tijd en de ruimte krijgen om daarmee bezig te gaan. Dus gaan we – samen met beleidsmakers – nu kijken wat daarvoor nodig is. Aan opleiding, aan kwaliteitseisen, aan ICT. En er moet mandaat zijn van het ministerie om landelijk afspraken te maken. Om heldere en duidelijke lijnen uit te zetten. Zodat je samen kunt optrekken en van elkaar kunt leren. Het resultaat? Elkaar inspireren en durven aanspreken op de kwaliteit van onze zorg. Dan kunnen we deze kinderen beter helpen.”


Ter lering en inspiratie

  1. Hoe wordt over de grenzen van de ‘eigen sector’ samengewerkt?

    Tijdens een bijeenkomst in het voorjaar van 2018 spraken bestuurders en directeuren van JeugdzorgPlus en een aantal stakeholders over hun gevoel van onmacht en onbehagen rondom gedwongen afzondering. Aanleiding? Een journalist had de sector gevraagd hoe vaak dit voorkwam. Een antwoord was moeilijk te geven omdat duidelijke wettelijke kaders ontbreken en de terminologie per instelling verschilt. Dat moest anders. Het was niet alleen het startpunt voor een onderzoek (Ik laat je niet alleen ) naar een breed gedragen definitie van gedwongen afzondering, maar ook voor een plan om andere dringende thema’s aan te pakken, zoals preventie van suïcide. Maar vooral ontstond de wens om te voorkomen dat jongeren überhaupt in de JeugdzorgPlus terechtkomen. Om op die grote maatschappelijke opgave een antwoord te vinden, zijn alle aanpalende stakeholders aangesloten. Zo is een brede coalitie bij het plan betrokken: naast Jeugdzorg Nederland, ook GGZ Nederland, VGN, VOBC (samen vertegenwoordigd in Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd), NJi, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, VNG, het ministerie van VWS, wetenschap en vertegenwoordigers van professionals en ervaringsdeskundigen.

  2. Wat zijn de leidende principes

    Door de transformatie van de jeugdzorg is veel aandacht komen te liggen op processen, stelsels en financieringsvragen. Ontwikkelen vanuit de inhoud is op de achtergrond geraakt. Het plan probeert het tij te keren. Vanuit het idee: eerst nadenken over hoe je het inhoudelijk zou willen neerzetten en pas daarna nadenken over hoe je dat dan organiseert.

  3. Organisatie en aansturing

    Het plan is een gezamenlijk initiatief van de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ) en het ministerie van VWS en is onderdeel van het Actieprogramma Zorg voor de Jeugd.

  4. Aandachtspunten

    Het plan ‘De best passende zorg voor kwetsbare jongeren’ is nog slechts een plan. De jongeren in kwestie zijn er nog niet beter van geworden. Daarvoor moet het eerst uitgewerkt worden. Om te laten slagen, hebben professionals ruimte nodig. En geld en draagvlak. Ook moet er nog steeds ingezet worden op het verbeteren van onderlinge relaties, aansluiting bij het onderwijsveld en jongeren betrekken bij de uitvoering van de verbeterideeën.