Direct naar inhoud
5

Jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt

We willen kinderen die worden bedreigd in hun ontwikkeling eerder en beter beschermen. Professionals die betrokken zijn bij de zorg of begeleiding van kinderen (wijkteam, onderwijs, kinderdagverblijven, sportverenigingen, huisartsen, GGZ) doen hun best risico’s vroegtijdig te signaleren en waar mogelijk weg te nemen.

‘Veiligheid van het kind is ieders zorg’

Bij vermoeden van een risico benadert het wijkteam het gezin en waar nodig wordt (blijvend) hulp geboden. Werken ouders niet mee, dan kan het wijkteam een beroep doen op organisaties als Veilig Thuis (VT), de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en gecertificeerde instellingen (GI’s). Deze organisaties werken – ieder vanuit hun eigen rol – samen om de geconstateerde risico’s zo snel mogelijk weg te nemen. Ouders worden zo goed mogelijk voorgelicht over her traject. Het wijkteam is de constante factor in de begeleiding van de gezinnen. Expertise van GI’s, VT en RvdK wordt tijdelijk toegevoegd.


A picture

Praktijkverhaal

Cliëntparticipatie: delen van ervaringen

Jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt

Wat gebeurt hier?

Soms zijn ouders niet bij machte hun kind een gezonde en veilige opvoeding te bieden. Als ouders vrijwillige hulp afwijzen en de ontwikkeling van kinderen gevaar loopt, kan een kinderrechter een jeugdbeschermingsmaatregel opleggen in de vorm van een onder toezichtstelling (OTS) en/of een uithuisplaatsing. Voor kinderen, ouders en hulpverleners kan een gedwongen maatregel een heftige ervaring zijn. Cliëntparticipatie draagt dan bij aan het ‘samen beter worden’ in de jeugdsector. De sector leert direct van ervaringen van cliënten. Bovendien leidt het delen van ervaringen tot reflectie op het handelen van professionals en organisaties. En op de ontwikkeling van beleid.

Hoe hebben ze dat geregeld?

Cliëntparticipatie wordt in diverse lagen van de jeugdsector actief toegepast. In de landelijke regiegroep ‘Jeugdigen beter beschermen’, waarin diverse bestuurders uit de jeugdsector participeren, zijn cliënten vertegenwoordigd. Net als op de werkvloer. Want ook in het land zetten gecertificeerde instellingen (GI’s), Veilig Thuis-organisaties, de Raad voor de Kinderbescherming – vaak met hulp van het LOC-zeggenschap in zorg of anderen – intensief in op uiteenlopende vormen van cliëntparticipatie. Zo biedt GI De Jeugd- & Gezinsbeschermers in Noord-Holland (onderdeel van Partners voor Jeugd) een Maatjesproject, waarin ervaringsdeskundige ouders een tijdje meelopen met iemand die nu in een situatie van gedwongen hulp verkeert. Er ontstaat laagdrempelig persoonlijk contact mét een luisterend oor van iemand die wéét wat er speelt.

Een ander cliëntproject van GI De Jeugd- & Gezinsbeschermers is het Spiegelgesprek. Hierin discussieert een binnenring van cliënten (jongeren, ouders) met een buitenring van anderzijds betrokkenen (zorgprofessionals, cliëntenraad, gemeenteambtenaar) over een vooraf vastgesteld onderwerp, zoals een vechtscheiding, het gezinsplan of uithuisplaatsing. Terwijl de binnenring twee uur lang met elkaar praat over het gekozen onderwerp, hoort de buitenring slechts toe. In het laatste half uur bevragen binnen- en buitenring elkaar.

Wat levert het op?

Wat het Maatjesproject betreft, leert de ervaring dat laagdrempelig contact al een wereld van verschil maakt. Rustig luisteren, of wekelijks appen om te vragen hoe het gaat, neemt veel angst en negativiteit weg bij jongeren en ouders die te maken hebben met gedwongen hulp. De steun van het maatje blijkt vaak maar kort nodig. Ouders bijvoorbeeld, kunnen vrij snel daarna zelfstandig verder. Grote opbrengst van het Spiegelgesprek is dat de buitenring (zorgprofessionals, beleidsambtenaren) een spiegel wordt voorgehouden. Zij reflecteren op en leren van elkaars acties. Zowel jongeren en ouders als zorgprofessionals, zorgaanbieders en gemeenten in de provincie Noord-Holland zijn enthousiast.