Direct naar inhoud
3

Alle kinderen de kans bieden zich te ontwikkelen

Alle kinderen verdienen optimaal kansen om zich te ontwikkelen. Goed onderwijs is hierbij cruciaal. De ministeries van Onderwijs en Cultuur (OCW) en Volksgezondheid (VWS) werken daarom samen met het onderwijsveld aan een inclusieve samenleving, waarin ook kinderen die zorg of ondersteuning nodig hebben onderwijs kunnen volgen op een manier die past bij hun situatie.

‘Bij voorkeur via zorg in de school’

Zorg wordt zo dicht mogelijk bij de leefomgeving van het kind geboden, bij voorkeur in de school. Dit vraagt om regionale samenwerking van alle betrokken partijen (gemeenten, zorgverzekeraars/kantoren, jeugdhulpaanbieders, samenwerkingsverbanden passend onderwijs, scholen, jeugdigen en ouders). Afspraken rond het samenbrengen van zorg en onderwijs gaan we eenvoudiger regelen. En met ingang van 2020 mogen kinderen niet langer dan drie maanden thuiszitten zonder passend aanbod uit het onderwijs en/of de zorg.


Praktijkvoorbeeld

Enschedees model: jeugdhulp in de school

‘Hoe jonger een kind is als je hulp biedt, des te meer effect het heeft’

Amir (9 (niet zijn echte naam)) gedraagt zich agressief in de klas. Thuis heeft zijn alleenstaande moeder moeite om hem bij te sturen. Normaal gesproken zou Amir doorverwezen worden naar de tweede lijn, maar in Enschede wordt hij gewoon op school geholpen. In deze gemeente is altijd een jeugdhulpspecialist aanwezig op zes scholen in het primair en voortgezet onderwijs.

Het Reliëf, school voor speciaal onderwijs is een van de scholen die meedoet met de driejarige pilot Onderwijs Jeugdhulp Arrangement (OJA) in Enschede. Schooldirecteur Carla Hilbink is blij met de jeugdhulp in school:

“Veel leerlingen van onze school hebben extra ondersteuning nodig, bijvoorbeeld vanwege gedragsproblemen. We werken hiervoor nu samen met één aanbieder, Intermetzo. Die hebben we zelf geselecteerd in nauw overleg met ons team en de ouders. Zo is er nu één vertrouwd gezicht binnen onze school waar iedereen terecht kan. Zonder indicatie. En moet er opgeschaald worden naar gezinsondersteuning of behandeling? Dan is dat snel geregeld. Geen wachttijd van maanden meer. We kunnen zo dus met elkaar sneller ingrijpen. Dat is goed want uit onderzoek blijkt dat hoe jonger een kind is als er hulp komt, des te meer effect het heeft.”

Snel en effectief

School is dé plek om zo vroeg, snel en effectief mogelijk hulp te bieden, vindt ook Wilfried van der Woning, teammanager bij Intermetzo. Problemen worden hier vaak al op jonge leeftijd gesignaleerd. Het is handig als een jeugdhulpverlener meteen even kan meekijken in de klas als een leerkracht ergens tegenaan loopt. Voor kinderen, jongeren en ouders is de jeugdhulpverlener bovendien gewoon een vertrouwd gezicht.

“Of het nu gaat om psychische problemen, gedragsproblematiek of problematische thuissituaties: een van onze jeugdhulpverleners op school is het eerste aanspreekpunt. Is er sprake van zwaardere problematiek? Dan roept de jeugdhulpverlener er een gedragswetenschapper van Intermetzo bij. Zo wordt voor elk kind ingeschat welke hulp het beste past. Deze hulp vindt zoveel mogelijk plaats op school, waarbij de regie ligt bij onze jeugdhulpverlener. De geboden ondersteuning is waar het kan groepsgericht. En individueel als dat nodig is. We kunnen van alles inzetten. Van een groepstraining omgaan met faalangst tot psychomotorische therapie tot EMDR. Maar ook hulpverlening aan het hele systeem, door ambulante gezinsbehandeling of systeemtherapie. Zo hopen we te voorkomen dat issues over opvoeden en opgroeien uitgroeien tot serieuzere problemen.”

Minder bureaucratie, meer duidelijkheid
De gemeente Enschede heeft een totaalbudget van 14,7 miljoen euro beschikbaar gesteld voor OJA. Dat bedrag wordt verdeeld onder de zorgaanbieders. Daarover zijn duidelijke afspraken gemaakt. Wethouder Eelco Eerenberg:

“De zorgaanbieders weten precies op welk bedrag zij de komende drie jaar kunnen rekenen. Het is aan hen om de hulpverlening zo kosteneffectief mogelijk in te richten. Dit model geeft de zorgaanbieders zekerheid. En wij als gemeente krijgen meer grip op de uitgaven aan jeugdhulp. Ook scheelt het een hoop bureaucratie en administratieve lasten. Een van de zorgaanbieders zei laatst tegen me dat dat zo’n verademing was. Maar wat ik nog veel belangrijker vind: de zorg aan kinderen en jongeren wordt er echt beter door. Je haalt expertise de school binnen. Er komt een hechtere samenwerking tussen ouders, school en hulpverlening tot stand. Ook normaliseren we zo opgroei- en opvoedproblemen, want we hebben in Nederland nog te veel de neiging om kinderen snel een stempel te geven.”


Ter Lering en Inspiratie

  1. Over de eigen sector heen

    Op zes scholen Enschedese scholen loopt de OJA-pilot. Intermetzo is de zorgaanbieder voor de scholen Het Reliëf en Het Corylus College (speciaal en voortgezet speciaal onderwijs – Attendiz) en Bonhoeffer PraktijkOnderwijs (PrO). Jarabee is de zorgaanbieder voor de scholen Dr. Ariënsschool, De Spinaker en De Tender (speciaal basisonderwijs). Welke zorg voor welk kind passend is, bepaalt de jeugdhulpverlener van de zorgaanbieder – in overleg met zowel ouders als leraren.

  2. Leidende principes

    Een belangrijk uitgangspunt van het OJA: door beschikkingsloos werken ben je niet meer afhankelijk van individuele indicaties. Juist daardoor kan er gemakkelijk en snel op- en afgeschaald worden in jeugdhulp. Alle jeugdhulpverlening valt onder het OJA, tot en met uithuisplaatsingen en 24-uurs opnamen aan toe. Dat is uniek in Nederland. Het zorgt ervoor dat de coördinatie en regie zoveel mogelijk bij een persoon komt te liggen. Andere werkzame factoren zijn: hulp bieden in de vertrouwde omgeving van school. Op jonge leeftijd al ingrijpen omdat dat het meeste effect heeft. En korte lijnen met gespecialiseerde jeugdzorg.

  3. Organisatie en aansturing

    Scholen hebben zelf een zorgaanbieder gekozen. De gemeente financiert de zorgaanbieder. Er zijn contracten afgesloten voor drie jaar. De jeugdhulpverleners zijn in dienst van de zorgaanbieder maar draaien mee in de schoolteams en worden als collega’s beschouwd. Elke maand komen alle OJA-scholen, de betrokken jeugdhulpverleners en de gemeente Enschede samen om de voortgang te bespreken. Ook is een monitor opgezet om de opbrengsten te meten. Daarbij worden onder andere het aantal kinderen dat thuis zit en het aantal preventieve interventies gemeten.

  4. Aandachtspunten

    Het Enschedees model wordt nu ingezet op scholen waar relatief veel kinderen jeugdhulp krijgen. De vraag is of en in hoeverre dit uitgerold kan worden naar scholen met een leerling-populatie met gemiddeld lichtere problematiek. Daarnaast voelen de zorgaanbieders de krapte op de arbeidsmarkt: het is moeilijk om aan ervaren jeugdzorgprofessionals te komen.