Menu Zoeken
Voor de jeugd

Financiering

In het nieuwe jeugdstelsel ontvangen gemeenten een decentralisatie-uitkering in het Gemeentefonds. Hiervoor wordt een verdeelmodel ontwikkeld, met als uitgangspunt het principe van kostenoriëntatie. Op deze manier sluit het Gemeentefonds aan bij de kosten die gemeenten moeten maken om aan maatschappelijke opgaven te voldoen.

In de voorbereidingen op de nieuwe jeugdwet is voor gemeenten van belang:

  • Inzicht in de vraag: het aantal jongeren en hun specifieke zorgbehoefte.
  • Inzicht in de middelen: duidelijkheid over de hoogte en verdeling van het budget.

Die duidelijkheid is nodig om te weten welke zorg moet en kan worden ingekocht. De Transitiecommissie vraagt hier terecht aandacht voor.

Inzicht in de vraag

Het SCP en Cebeon verrichten onderzoek bij aanbieders van jeugdzorg en bureaus jeugdzorg voor het opstellen van een financieel verdeelmodel. Op basis van dit onderzoek streeft het rijk ernaar gemeenten dit voorjaar gegevens te leveren over het gebruik per zorgvorm per gemeente. Dit betreft een aanvulling op de factsheets die in april 2012 op deze website beschikbaar zijn gesteld.

Daarnaast kunnen gemeenten - zoals de Transitiecommissie aanbeveelt - zelf ook in kaart brengen voor welke jeugdhulp ze nu al zelf verantwoordelijk zijn.

Inzicht in de middelen

Met de VNG zijn afspraken gemaakt over hoe het over te hevelen macrobudget wordt vastgesteld:

  • voor de begrotingsgefinancierde jeugdzorg: het bedrag voor 2014 in de vastgestelde begrotingen 2013 van de ministeries van VWS en VenJ;
  • voor jeugd-ggz en jeugd-vb: de gerealiseerde uitgaven in 2012. Deze gerealiseerde uitgaven ontwikkelen zich tot 2015 met de geraamde groeivoeten uit het Budgettair Kader Zorg (inclusief beleid) die van toepassing zijn;
  • efficiencytaakstelling: de bedragen worden verlaagd met de ingeboekte besparingen (€ 120 mln in 2015, €300 mln in 2016 en € 450 mln vanaf 2017).

De Algemene Rekenkamer is verzocht vóór de meicirculaire van 2013 te toetsen of aan bovenstaande rekenmethodiek is voldaan.

In 2015, het eerste jaar na de inwerkingtreding van de wet, zal het budget voor gemeenten gebaseerd worden op een benadering van de kosten van jeugdhulp op gemeenteniveau in 2011 en/of  2012. Op deze manier zullen de herverdeeleffecten in 2015 beperkt zijn.

Vanaf 2016 zal de verdeelsleutel op meer objectieve kenmerken van gemeenten worden gebaseerd. Daarbij gaan we uit van een geleidelijk ingroeipad om herverdeeleffecten (voor- of nadeel) te beperken. Dit gebeurt in het kader van het bredere deelfonds voor het sociaal domein.

In de meicirculaire 2013 van de beheerders van het gemeentefonds zullen gemeenten worden geïnformeerd over de hoogte van het budget voor jeugdhulp per gemeente voor 2015. Deze verdeling van het macrobudget naar gemeenten vindt plaats op basis van de nu beschikbare gegevens.

In de meicirculaire 2014 zal vervolgens het definitieve bedrag per gemeente bekend worden gemaakt. Voor de berekening van dit bedrag kunnen de meest recente gegevens worden gebruikt.

Financiering en Wmo

Gemeenten moeten ook de kosten gaan dragen voor jeugdigen die zorgverlening krijgen in een andere gemeente. Net zolang als het gezin waaruit de jeugdige afkomstig is en vermoedelijk weer naar terugkeert, binnen deze gemeente blijft wonen. In de concept wettekst is, analoog aan de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), opgenomen dat de gemeente kan besluiten om een persoonsgebonden budget (PGB) te verstrekken, met uitzondering van jeugdbescherming, jeugdreclassering en JeugdzorgPlus.

Praktijvoorbeeld

Meer informatie

Download: